De één wist al jong dat ze gymdocent wilde worden. De ander kwam per toeval bij de Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO) terecht. Rita Aronson (91 jaar) startte haar opleiding aan de ALO in 1950. Ilse Leijenhorst (22 jaar) zit momenteel in haar tweede jaar van de opleiding. En al verschilt hun ervaring dag en nacht, over één ding zijn ze het eens: de ALO verbindt.
‘Na de afronding van mijn hbs (hogere burgerschool, red.) zou ik gaan werken in de zaak van mijn vader’, start Rita. ‘Bij toeval zag ik een reclamebord van de ALO. Ik liep naar binnen om naar de opleiding te informeren. Voor ik het wist had ik me ingeschreven. Ik was altijd een goede sporter geweest en blonk uit in hardlopen, hoog- en verspringen. Sporten deed je destijds nog niet gemengd. Ook niet op de ALO. Enkel bij atletiek. En boksen, dat deed je niet als vrouw. Ons jaar bestond uit één klas: de helft jongens, de helft meiden. De jongens waren allemaal zo’n vier-vijf jaar ouder. Omdat ze ondergedoken gezeten hadden, óf omdat ze gevochten hadden in Indië. En buiten school sporten? Er was geen aanbod.’
Hoe anders is het nu. Ilse werkt als begeleider in Klimbos Garderen, waar je tussen de bomen door over diverse parcours kunt klimmen. Ze startte haar opleiding aan de ALO in 2023. Daarvoor volgde ze de opleiding Sport en Bewegen aan het mbo. ‘Mijn ouders werken beiden in het onderwijs, dus voor hen was mijn keuze een logische.’ In haar eerste jaar liep Ilse direct stage op een basisschool. ‘Zo weet je meteen of ook het lesgeven je ligt. Er stopte dan ook al snel een deel van mijn klasgenoten.’ Rita: ‘Wij waren we eerste paar jaar gericht op sport en vakken als Fysiologie, Psychologie en Pedagogiek. Het werkelijke lesgeven, kwam pas richting het einde van de opleiding. Wij kregen heel uitgebreid les in Anatomie. Op een snijzaal moesten we bijvoorbeeld een quadriceps uit een geprepareerd lichaam snijden en onderzoeken. Omdat we niet goed tegen de lijkgeur konden, nam één van ons dan een zak rumbonen mee.’

Rita werkte als gymdocent van 1954 tot de geboorte van haar dochter in 1961. ‘Als getrouwde vrouw met een kind werd ik daarna niet meer aangenomen.’ Ilse wil straks aan de slag in het voortgezet of het beroepsonderwijs. ‘Daar kun je écht werken aan techniek, zodat jongeren goede bewegers worden. Heel belangrijk in het kader van gezondheid en overgewicht. Ik word opgeleid als beweegprofessional. Ik ben dus niet meer alleen in de gymzaal actief, maar ook in en om school. Ik hoop kinderen en jongeren te motiveren om meer te bewegen. Dat is goed voor je lijf én voor je schoolprestaties.’ Rita: ‘In mijn tijd hielden we ons niet bezig met maatschappelijke vraagstukken. Zo net na de oorlog hadden mensen wel wat anders aan hun hoofd.’
Hoe anders hun tijd of opleiding ook was of is, over één ding denken ze hetzelfde: de ALO verbindt. Ilse: ‘Ik app mijn klasgenoten dagelijks. We delen dezelfde interesses. Daarbij moet je goed samen kunnen werken, wanneer je samen sport. Dat maakt je snel heel hecht.’ Rita: ‘Ik bracht mijn zomers altijd zeilend door op Terschelling met een groot deel van mijn klasgenoten. Ik zie ze nog steeds. Degenen die nog leven dan, hè.’ Wat ze de ALO willen meegeven? Ilse: ‘Dat het motiveren van kinderen en jongeren om te bewegen het allerbelangrijkste is.’ Rita: ‘Blijf dicht bij jezelf en draag uit dat sporten leuk is. Door met plezier te bewegen, ben ik heel gezond oud geworden.’
Leeftijd: 91 jaar
Deelname ALO: als student van 1950 tot 1954
Favoriete sport: atletiek
Leeftijd: 22 jaar
Deelname ALO: als student gestart in 2023
Favoriete sport: klimmen. Ze werkt als begeleider bij Klimbos Garderen.