Blog

Twee generaties: eenzelfde passie

22-09-205

Jan Jiskoot: van topsporter tot zwemdocent

Watersporten worden Jan Jiskoot (85) met de paplepel ingegeven. Tussen 1963 en 1965 volgt hij de ALO én zwemt hij voor het Nederlandse team tijdens de Olympische Spelen in Tokio. Zijn ‘zwemskills’ geeft hij door aan de volgende ALO-generaties.

‘Ik kom uit een sportief gezin’, start Jan Jiskoot. ‘Mijn vader zeilde veel en mijn broer deed, net als ik, aan zwemmen en waterpolo. Toch koos ik aanvankelijk voor een opleiding tot leerkracht aan de Kweekschool. In het bezit van de onderwijsakte en de akte J (de akte van bekwaamheid tot het geven van lessen lichamelijke oefening in het lager onderwijs, red.) kon ik een verkort, tweejarig traject volgen aan de ALO Amsterdam.’

Andere vakken

‘Zestig jaar geleden werden er nog andere vakken gedoceerd aan de ALO’, vervolgt Jiskoot. ‘Natuurlijk kregen wij vakken als turnen, atletiek, spel en zwemmen. Daarnaast verdiepten we ons in de methodiek van deze bewegingsvelden: wat leren we onze leerlingen en hoe leren we hen dat veilig en plezierig. Ook kregen we Didactiek, Sportgeschiedenis, Pedagogiek, Psychologie, Fysiologie en Anatomie. Om het menselijk lichaam te leren kennen, gingen wij klassikaal naar een snijzaal. Doodnormaal vonden we dat. Stage liepen we pas vanaf het derde studiejaar. Omdat ik mijn onder- wijsakte had, liep ik alleen stage in het voortgezet onderwijs. Ik herinner me nog goed dat de meisjes er moeilijk in beweging te krijgen waren. Als je twintig ballen de zaal in gooide, bleven ze rustig zitten.’ Of hij zijn topsport kon verenigen met zijn studie? ‘Absoluut. En als ik weg moest voor een toernooi, zoals de Olympische Spelen van 1964 in Tokio, dan kreeg ik daar alle ruimte voor.’

Verschillende onderwijsvisies

Na zijn studententijd wordt Jiskoot docent aan de ALO. ‘Ik gaf twee jaar roeilessen, begeleidde stages, organiseerde jarenlang het zeilkamp én gaf – als allerbelangrijkste – natuurlijk zwemlessen. Lange tijd hadden we een gebouw met een zwembad, inclusief onderwaterramen- en verlichting. Ik deed er onderzoek met de nationale zwemploeg naar zwemtechnieken en weer- stand in het water. Ook hielp ik mijn studenten hun techniek verbeteren.’ Vanaf de jaren tachtig maakt Jiskoot onderdeel uit van de leiding van de ALO. ‘Ik organiseerde aanvankelijk de examenlessen en hield me bezig met het personeelsbestand en het curriculum.’ Zijn functie verandert van conrector tot afdelingsdirecteur, naar docent met speciale taken en tenslotte hoofd opleiding. ‘Ik maakte verschillende onderwijsvisies mee. Het grootste verschil tussen mijn tijd en nu? Wij hadden meer eigen bedrevenheidsuren. Zwemmen deden we bijvoorbeeld minimaal een uur per week gedurende 28 onderwijsweken per studiejaar. Nu is dat twee keer zeven uur gedurende zeven weken in vier studiejaren. Ook kregen we destijds veel theorieles, met enorme boekwerken. Ik kreeg zelfs vakken als Antropologie, Ethiek en Kunstgeschiedenis. Nu maakt Kunstgeschiedenis je wellicht niet direct een betere gymdocent, maar een grote algemene ontwikkeling verruimt je wereldbeeld.’

Gezonde leefstijl

Hoe hij denkt dat de ALO eruitziet over 100 jaar? ‘Geen idee. Wij werkten destijds met typemachines. Nu heeft iedereen een computer. Veranderingen gaan zo snel. Natuurlijk wens ik de ALO toe dat zij blijft bestaan én dat de opleiding zich nog meer gaat richten op het bevorderen van een gezonde leefstijl door beweging. Dat kan onze maatschappij goed gebruiken.’

1280px Jan Jiskoot 1966 aangeleverd

Jord Hofland: Inspireren tijdens de gymles

Hij komt uit een familie van docenten, houdt enorm van bewegen én vindt het waardevol om kinderen iets nieuws te leren. Jord Hofland is sinds 2023 student aan de ALO, speelt op hoog niveau basket-bal en vindt teamprestaties leuker dan winnen.

Scherm­afbeelding 2025 09 22 om 15.53.03

‘Waarom ik voor de ALO koos? ‘Omdat ik bewegen heel leuk vind en ik kinderen graag nieuwe vaardigheden leer. Mijn moeder is groepsleerkracht op een basisschool. Mijn opa was biologiedocent op een middelbare school. Leerlingen hingen aan zijn lippen tijdens zijn lessen. Ik hoop jongeren op dezelfde manier te inspireren, maar dan in de gymzaal.’

Samen sporten

Jord zit op dit moment in het derde jaar van zijn opleiding. ‘De sfeer in onze klas is heel fijn. Omdat je dezelfde interesses hebt, maak je snel vrienden. Samen sporten, is supergezellig. Na schooltijd doe ik met klasgenoten dan ook graag mee aan sportieve activiteiten en toernooien. Ook komen we bij elkaar op verjaardagen. In mijn klas zitten meer jongens dan meiden. Dat vind ik jammer. Als gymdocent ben je een rolmodel. Het zou daarom goed zijn als de verdeling jongens-meiden evenwichtiger wordt.’ 

Naast zijn opleiding doet Jord al dertien jaar aan basketbal. ‘Ik startte helemaal onderaan de ladder, dus ik heb ervaring met verlies (lacht). Inmiddels speel ik net onder de eredivisie. Zo zie je maar wat een beetje doorzetten kan doen.’ Dit doorzettingsvermogen zet hij ook in tijdens zijn opleiding. ‘Ik ben een vaardige beweger, maar niet alles gaat vanzelf. Op de handstand heb ik drie weken geoefend.’

Ontdekken wat je ligt

Tijdens zijn eerste twee jaar liep Jord stage op twee verschillende basisscholen. ‘Ik leerde in de praktijk bijvoorbeeld hoe je een les opbouwt en hoe je met je groepsindeling kunt bijdragen aan een optimale leerervaring. Een stage is een heel mooie manier om te ontdekken wat je ligt. Ik weet nu bijvoorbeeld dat ik straks graag in het voortgezet onderwijs wil werken. Waarom? Het aanleren van specifieke vaardigheden bij tieners – zoals ik doe op mijn basketbalvereniging – ligt me beter dan spelenderwijs plezier ontwikkelen in bewegen met basisschoolleerlingen. Ik ben enorm geïnteresseerd in de manier waarop mensen bewegen en sluit graag aan bij persoonlijke mogelijkheden. Ik hoop jongeren straks te inspireren om zichzelf te ontwikkelen en zich helemaal in te zetten voor een bepaalde sport. Ook wil ik graag een mentorrol op me nemen. Zodat ik me naast fysieke vaardigheden ook kan richten op mentaal welbevinden. Want ook daarin ligt een mooie rol voor de vakdocent LO.’

Nieuwe sporten

Hoe de ALO er over nog eens 100 jaar uitziet? ‘Mensen bedenken continu nieuwe sporten, dus dat zal over honderd jaar niet anders zijn. Daarnaast denk ik dat we meer gaan doen met virtual reality (VR) en augmented reality (AR). Zo kunnen we degenen die sterk getrokken worden door de online wereld en games ook stimuleren om te blijven bewegen.’

Jan Jiskoot

Leeftijd: 85 jaar
Deelname/functie ALO: Student van 1963 tot en met 1965. Docent van 1966 tot en met 2001. Vanaf 1980 maakt hij deel uit van de leiding.
Favoriete sport: Zwemmen en zeilen. Als zwemtopsporter werd hij zestien keer Nederlands kampioen, verdeeld over de rugslag, vlinderslag, wisselslag en vrije slag. Op Europees niveau verdiende hij een zilveren en een bronzen medaille. Op Olympisch niveau behaalde hij een zesde plaats. Hij vestigde 26 keer een Nederlands zwemrecord, 1 keer een Europees record en hij was de eerste Europeaan die de 100 meter vlinderslag binnen de minuut – in 59,5 seconden – aflegde (zie foto).

Jord Hofland

Leeftijd: 20 jaar
Deelname/functie ALO: Student op de ALO vanaf 2023
Favoriete sport: Basketbal