Onderzoek was jarenlang verbonden aan wetenschap en universitair onderwijs. Praktijkgericht onderzoek is sinds 1986 een wettelijke taak van hogescholen. De eerste lectoraten ontstonden eind jaren negentig en begin van de twintigste eeuw. Aan de HvA startte het eerste lectoraat in 2003. Docent-onderzoekers Dayenne L’abée en Matthijs Zwaal vertellen over onderzoek aan de ALO en het belang van de verbinding met het werkveld.
‘Begin jaren negentig studeerde ik zelf aan de ALO Amsterdam’, start Dayenne L’abée. ‘De opleiding was sterk sportgericht, we deden nog geen onderzoek en hadden geen lectoraat. Onderzoek was verbonden aan wetenschappelijke organisaties en universiteiten.’
Vijf jaar geleden kwam L’abée terecht bij het lectoraat Bewegen in en om de School. ‘Als onderzoeker. Er bestond nog een duidelijke scheidslijn tussen onderzoek en onderwijs. Vanuit het lectoraat werd jarenlang onderzoek gedaan naar de motoriek van kinderen op Amsterdamse basisscholen. Met onze huidige lector, Mirka Janssen, veranderde de insteek van het onderzoek. Het is heel belangrijk om data te verzamelen. Dat biedt informatie en inzicht. Maar wat doe je vervolgens met deze data? Hoe kunnen vakleerkrachten bijdragen aan een leven lang bewegen met plezier? Welke ondersteuning kun je bieden aan degenen die qua motoriek niet meekomen met hun leeftijdgenoten? Wat kan de vakleerkracht hierin doen? Wat kunnen andere professionals betekenen? En hoe kan de gemeente bijdragen? Ons onderzoek verschoof naar het ondersteunen van de vakleerkracht bewegingsonderwijs om kinderen te stimuleren een leven lang te bewegen met plezier.’

Matthijs Zwaal startte in 2007 met de ALO. ‘Ik leerde alles wat je nodig hebt om te starten als vakleerkracht bewegingsonderwijs. ‘Hoe richt je een les in? Hoe leer je vaardigheden aan? Maar wat doe je wanneer een kind niet meekomt in jouw lessen? Daarover had ik geen onderwijs gehad. Gelukkig ben ik van nature onderzoekend. Ik ging verder studeren en raakte met basisschool Het Gein betrokken bij de opzet van de Ondersteuningsroute Bewegen en Motoriek (OBM).’ Afgelopen jaar gaf Zwaal les aan de ALO. Inmiddels werkt hij als docent-onderzoeker voor het lectoraat Bewegen in en om School. ‘Alleen al die titel – docent-onderzoeker – geeft aan dat onderzoek en praktijk nauw samenwerken. Tijdens mijn opleiding kwam je als student alleen in aanraking met het lectoraat wanneer je afstudeeronderzoek raakte aan hun onderzoeksveld. Onderzoek wordt nu steeds meer geïntegreerd in de curricula. Een onderzoekende houding maakt dat je elke nieuwe praktijksituatie aankunt.’
Vanuit het lectoraat BioS wordt inmiddels uiteenlopend onderzoek uitgevoerd. Mét de praktijk. Van het activeren van leerkrachten die met peuters en kleuters werken tot inclusie en diversiteit tijdens de gymles in het voorgezet onderwijs. L’abée: ‘We trekken hierin op met de gemeente Amsterdam en de Amsterdamse scholen. Vanuit een gezamenlijke missie: alle Amsterdamse kinderen meer, beter én met plezier laten bewegen. Vanuit ons lectoraat voorzien wij de gemeente van onderzoeksresultaten, zodat zij hun beleid hierop kunnen aanpassen. In Amsterdam hebben we bijvoorbeeld een grote groep kinderen met een motorische achterstand. We weten uit onderzoek dat extra beweegaanbod helpt. De gemeente financiert deze extra lessen deels en ondersteunt scholen bij de implementatie van de OBM en de Dynamische Schooldag. Schoolbesturen faciliteren vakleerkrachten bewegingsonderwijs om hun rol als ambassadeur in en om de school op te pakken.’
Hoe de docent-onderzoekers verwachten dat onderzoek er aan de ALO uitziet over nog eens 100 jaar? L’abée: ‘Ik denk dat we steeds meer gaan werken vanuit living labs, met én vanuit de praktijk. Dat vraagt een flexibele houding, maar zorgt voor oplossingen die écht werken. Daarin is samenwerking met andere domeinen, zoals de zorg, cruciaal.’ Matthijs: ‘Daarbij gaat AI ons werk ongetwijfeld versnellen en vergemakkelijken. Laten we in ieder geval open blijven staan voor nieuwe ontwikkelingen en samenwerkingen. Want samen kom je verder.’
Leeftijd: 52 jaar
Deelname/functie ALO: Ze volgde de ALO Amsterdam van 1991 tot en met 1994. Nu is ze docent-onderzoeker bij de ALO en projectleider bij het lectoraat Bewegen in en om School.
Favoriete sport: Voorheen vooral balsporten. Nu zwemmen, yoga, golfen, tennis of padel.
Leeftijd: 35 jaar
Deelname/functie ALO: Hij volgde de ALO Amsterdam van 2007 tot en met 2012 Onlangs gaf hij een jaar les op de ALO. Nu werkt hij als docent-onderzoeker voor het lectoraat Bewegen in en om School. Daarnaast werkt hij als vakleerkracht bewegingsonderwijs bij basisschool Het Gein.
Favoriete sport: Elke balsport, met name voetbal.