Jan Koppedraaijer (73) en Dimitri Jolly (28), voetballers in hart en nieren, groot geworden op het veld, verdedigende middenvelders, allebei ALO gedaan. Wij gaan voor de rubriek ‘Oude generatie – Nieuwe generatie’ eens onderzoeken of er nog meer overeenkomsten zijn tussen Jan en Dimitri.
Hij voetbalde vroeger als semi-prof in Amsterdam-Noord bij de Volewijckers (“maar een krantenwijk betaalde beter, hoor”), speelde tegen Johan Cruijff in De Meer (Ajax) en als hij uit moest tegen Veendam, zaten ze de hele dag in de trein. Naast het voetballen deed hij de ALO en toen hij zijn diploma haalde ging hij zes dagen in de week gymles geven. “Dat was vroeger zo, kinderen gingen naar school van maandag tot en met zaterdag.” Vervolgens moest hij in dienst, maar werd al snel sportinstructeur en liep dus de hele dag in zijn trainingspak. In 1972 werd hij door het Hoofd van de spelsectie, Max Koops, op de ALO gevraagd als docent Spel. Dat deed hij bijna 40 jaar!! En onderwijl werd hij bij de KNVB ook opleidingsdocent en gaf hij 26 jaar lang les aan amateurvoetbaltrainers.

Hij geeft al voetbaltraining vanaf zijn zestiende jaar. Eerst bij ADO’20 in Heemskerk (born and raised) aan jongens van 11 tot 13 jaar. Daarna bij De Foresters in Heiloo, waar de jongens onder 13 (JO13, voormalig D1) op een hoger niveau spelen. Hij studeerde in 2019 af aan de ALO en liep één van zijn stages bij FC Volendam, waarna hij ook een jaar lang assistent-trainer bij JO12 was. Nu werkt hij als assistent-trainer bij AZ bij JO13. Hier voetballen jongens die zijn gescout als potentieel talent die 4 à 5 keer per week 2 uur trainen. Hij is daarnaast Vakdocent Bewegingsonderwijs op twee basisscholen in Amsterdam-Noord (IKC Noordrijk en de Kinderboom) voor vier dagen in de week en op zondag doet hij de voetbalschool bij AZ. Een mooie combinatie die hij nog lang hoopt vol te houden.
We hebben dus nog een overeenkomst gevonden: ze zijn beiden heel fanatiek en graag druk in de weer. We vroegen: “Hoe combineren jullie al deze activiteiten?” Daar wil Jan wel even een boekje over open doen: “Dat ging vroeger niet heel makkelijk. In mijn beginjaren als docent op de ALO speelde ik ook nog amateurvoetbal bij OVVO en later DWV. We mochten met het Nederlands Amateurelftal deelnemen aan het EK amateurvoetbal, maar dat was de rector destijds (Siem Kuiper, red) tegen het zere been. De ALO was een docentenopleiding, geen sportopleiding! Gelukkig namen mijn collega’s het voor me op en kon ik toch gaan.” Dimitri deed de ALO in een tijd dat er een goede combi mogelijk was tussen opleiding en sport, dus hij kon zijn drukke trainerswerk goed combineren met de opleiding. “Behalve in het eerste jaar, toen gaf ik ook niet zoveel training en dat was maar goed ook. Ik had zoveel praktijkuren sport, een combi met training geven zou vrij intensief zijn geweest.”
Dimitri: “Er is veel ruimte en aandacht voor sport op de ALO, in de zin van eigen sportcarrière naast de studie, maar ook leer je veel sporten beoefenen, zodat je ze goed kunt geven. Ik ben echter van mening dat het lesgeven wel echt op de eerst plaats moet staan. Eigen vaardigheid is fijn, maar ik vind de didactiek echt belangrijker.” Dat kan Jan volledig onderstrepen: “Ja, en dat doet de ALO nu ook veel beter in de praktijk. Nu gaan de studenten al in het eerste jaar stages lopen en ervaren hoe het lesgeven is. In mijn tijd kwamen we pas voor een groep te staan in het derde jaar. Nou, dat viel niet altijd mee.”
Kennen ze elkaar via de KNVB wellicht, Jan als opleidingsdocent en Dimitri als jeugdtrainer? “Nee, daarvoor is het leeftijdsverschil net even te groot. Ik ben al 10 jaar met pensioen.” En wat maakt een voetbaltrainer nu een goede voetbaltrainer? “Zonder een goede relatie tussen trainer en spelers kan een team niet presteren,” zegt Dimitri gelijk. “Goed contact, veel gesprekken voeren, kijk naar Koeman, die kan dat!” roept Jan. Ja, op dit vlak vinden ze elkaar ook. En dan besluiten we het gesprek, want het Nederlands elftal voetbalt tegen Mexico. “Dat moet natuurlijk wel gevolgd worden,” lachen de beide heren.