De gymles is niet voor elke leerling een fijne of veilige plek. Sommigen worden geconfronteerd met grappen over uiterlijk of afkomst. Anderen haken af omdat het programma niet bij hen past. Toch zou de gymzaal een plek moeten zijn waar iedereen met vertrouwen kan bewegen. Docent-onderzoekers Eva-Luca Pouwer en Pim Schaatsenberg-Zaitouni onderzochten hoe je als docent kunt bijdragen aan meer inclusie en betrokkenheid.
‘Docenten bewegingsonderwijs hebben altijd oog gehad voor de motorische diversiteit van leerlingen’, start Eva-Luca Pouwer. ‘Ons ALO-onderwijs was echter jarenlang niet afgestemd op de verschillende achtergronden en behoeften van leerlingen.’ Pim Schaatsenberg-Zaitouni vult aan: ‘De diversiteit in de klas neemt toe. En daarmee ook de verschillen in behoeften. Leerlingen die zich ongemakkelijk voelen of niet mee willen doen, worden vaak gezien als lastig of overgevoelig. Terwijl het vaak gaat om een gebrek aan inspraak, veiligheid of herkenning.’

‘Docenten bewegingsonderwijs hebben steeds meer moeite om leerlingen mee te krijgen wanneer zij een sportgericht curriculum hanteren, waarbij leerlingen aan een standaard norm moeten voldoen’, vervolgt Pim. Eva-Luca: ‘Er zijn vaker leerlingen die bepaalde activiteiten niet kunnen of willen uitvoeren, of die aangeven zich ongemakkelijk te voelen ten overstaan van een groep of bij een bepaalde groepsindeling. Zij worden al snel bestempeld als lastig of overgevoelig. Ditzelfde gebeurt wanneer er grappen gemaakt worden over geaardheid, uiterlijk en/of afkomst óf wanneer er geen ruimte is voor een gesprek over veiligheid.’ Pim: ‘Het is de taak van de docent bewegingsonderwijs om te onderzoeken wie diens leerlingen zijn en wat zij nodig hebben.’
Hoe kun je nu aansluiten bij de achtergrond en kennis van leerlingen? Eva-Luca: ‘Bijvoorbeeld door niet-westerse invloeden te verwelkomen in je les. Denk aan Marokkaanse of Syrische dans. Wanneer je samen beweegkennis uitwisselt, voelen leerlingen zich meer thuis in het onderwijs waardoor ze makkelijker tot leren komen. Daarnaast is het natuurlijk heel belangrijk om ‘grappen’ over afkomst of persoonlijke kenmerken niet te bagatelliseren en regels met elkaar af te spreken over omgangsvormen. Verder kun je met de inrichting van je zaal bijvoorbeeld ‘hoekjes’ creëren waar leerlingen minder zichtbaar zijn. Ook kun je inventief nadenken over je programma en je doelen. Inclusief lesgeven betekent niet dat iedereen hetzelfde doet, maar dat iedereen krijgt wat nodig is om mee te kunnen doen. Als leerlingen zich erkend voelen, groeit hun zelfvertrouwen en hun plezier in bewegen.’ Pim: ‘Iedere docent bewegingsonderwijs heeft diens struikelblokken én creatieve oplossingen op het gebied van diversiteit en inclusie. Deze kennis mogen we meer delen. Zodat de gymles uiteindelijk een stimulerende én veilige plek wordt voor iedere leerling, leerlingen hun talenten ontdekken en wij hen inspireren om een leven lang met plezier te bewegen.’
Leeftijd: 30 jaar
Deelname/functie ALO: Ze volgde de eerstegraads docentenopleiding Dans en de master Cultuurwetenschappen en geeft nu les aan de ALO Amsterdam. Daarnaast doet ze onderzoek bij het lectoraat Bewegen in en om de School. Op dit moment werkt ze aan het onderzoek ‘Samen bewegen: diversiteit en inclusie in de gymles’.
Favoriete sport: Dans
Leeftijd: 41 jaar
Deelname/functie ALO: Hij studeerde in 2006 af aan de ALO Groningen. Momenteel geeft hij les aan de ALO Amsterdam. Ook is hij projectleider bij het lectoraat Bewegen in en om de School. Op dit moment werkt hij aan het onderzoek ‘Samen bewegen: diversiteit en inclusie in de gymles’.
Favoriete sport: Zaalvoetbal